Spinnen worden verdeeld in twee groepen op basis van de bouw van de cheliceren. Spinnen hebben twee cheliceren of gifkaken, die hol zijn zodat het gif spinpanda casino kan worden ingespoten in het prooidier. De palp van een vrouwtje is draadachtig en wordt gebruikt als tastorgaan. Het geheel heeft een pipetachtige functie; het sperma wordt door de smalle opening in de bulbus gezogen waar het wordt opgeslagen, zie ook onder voortplanting.

Er zijn echter enkele min of meer sociale spinnen bekend, die geen hechte kolonies vormen zoals wespen maar elkaar wel in grote aantallen dulden. Andere soorten kleven de eitjes tegen elkaar en nemen de bol-vormige klont eitjes mee tussen hun cheliceren. Bij de spinnen is een gedrag bekend waarbij het mannetje na de paring het vrouwtje bewaakt. Bij andere soorten bespringen de mannetjes simpelweg de vrouwtjes en proberen haar zo snel mogelijk te bevruchten. Deze vorm van kannibalisme lijkt vaak niet veel voordelen te bieden omdat mannetjes relatief weinig voedzaam zijn.

Spinnen waarbij zowel vorm als kleur zijn aangepast op de achtergrond zijn zeer moeilijk te zien als ze stilzitten. Gasteracantha-soorten hebben naast felle kleuren vaak stekelachtige structuren aan het achterlijf, die soms twee keer zo lang zijn als de spin zelf. Mannetjes blijven bij spinnen vaak kleiner dan vrouwtjes, soms zelfs aanzienlijk kleiner. De vrouwtjes echter worden langer dan die van de eerder genoemde Anapistula caecula.

Deze spin leeft in naaldbossen en lijkt uiterlijk op een droge knop van de spar (Picea). Dit dient niet alleen om vogels te weren, maar ook om insecten te lokken die leven van vogelpoep. Sommige soorten spinnen hebben een lichaamsvorm en -kleur die lijkt op vogelpoep. Niet alleen de lichaamskleur met grillige vlekken, maar ook de sterke beharing over het gehele lichaam zorgen ervoor dat de spin op een natuurlijke ondergrond zeer moeilijk te zien is.

Jackpot Games

Spinnen staan bekend als strikt solitaire dieren, de meeste soorten vertonen agressief gedrag tegen soortgenoten, andere spinnen en grotere dieren. De eerste tijd eten ze elkaar op tot een bepaalde grootte is bereikt, meestal de eerste of tweede vervelling. Bij een aantal soorten spinnen – zoals vogelspinnen – krijgen de mannetjes pas een ontwikkelde bulbus na de eerste vervelling. Bij giftige spinnen zijn jongere dieren vaak wel giftig maar nog niet zo sterk als de ouderdieren. Als de eitjes uitkomen dragen de vrouwtjes de jonge spinnetjes nog enige tijd mee op het achterlijf.

Spelaanbod: Een Divers Aanbod

Er zijn echter ook spinnen die zich richten op wat grotere en zwaardere prooien, een voorbeeld is de wespspin die een spinnenweb maakt dat voornamelijk sprinkhanen strikt. Spinnen leven van levende prooien maar hebben een wijd uiteenlopend scala aan voedselvoorkeuren en methoden om prooien buit te maken. Jonge spinnen zijn vaak minder sterk behaard dan de volwassen spinnen en hebben doorgaans andere kleuren. Een net vervelde spin is daarnaast bleek van kleur, de pigmenten in het exoskelet moeten nog uitkleuren.

De ademopeningen bestaan uit een spleetachtige opening aan de buikzijde van het achterlijf waarbij het aantal openingen kan verschillen per familie. Het ademhalingsapparaat is altijd gelegen in het achterlijf, en ook de ademopeningen zijn hier gepositioneerd. Dergelijke haren worden wel bekerharen genoemd vanwege de bekerachtige vorm van de huidopening waaruit ze steken. Het lichaam van een spin wordt minder ‘stijf’ door de petiolus, een dergelijke structuur komt ook voor bij sommige insecten zoals de wespen (‘wespentaille’) en bij veel mieren. Het achterlijf is bij spinnen altijd van het kopborststuk te onderscheiden aan de petiolus, dit is de sterke insnoering van het spinnenlichaam. Het achterlijf van een spin is meestal bol- tot eivormig en bevat het grootste deel van de organen.

De werkelijke darmen van de spin zijn in het achterlijf gelegen, ze zijn hier sterk verbreed en eindigen in een endeldarm (11). Het achterlijf wordt bij geleedpotigen wel abdomen genoemd maar bij de spinnen wordt hiervoor de term opisthosoma gebruikt. De celspinnen bijvoorbeeld hebben zes kleine oogjes die dicht bij elkaar gelegen zijn aan de voorzijde van de kop. Het goede gezichtsvermogen heeft er ook toe geleid dat de mannetjes bij de balts een visuele voorstelling geven door ritmisch met hun poten te zwaaien. Dit komt doordat twee van hun ogen vergroot en bovendien naast elkaar aan de voorzijde van de kop geplaatst zijn. Spinnen hebben altijd enkelvoudige ogen, die een enkele lens bevat en geen samengestelde ogen zoals voorkomt bij insecten en kreeftachtigen.